Persbericht
Eerste bevestigde beeld van een pasgeboren planeet vastgelegd met ESO’s VLT
Spectrum wijst op een wolkenrijke atmosfeer
2 juli 2018
SPHERE, een instrument van de Very Large Telescope van ESO dat voor het zoeken naar planeten wordt gebruikt, heeft het eerste bevestigde beeld vastgelegd van een planeet die gevangen zit in de stofrijke schijf rond een jonge ster. De jonge planeet baant zich een weg door de oerschijf van gas en stof rond de zeer jonge ster PDS 70. De gegevens suggereren dat de atmosfeer van de planeet bewolkt is.
Astronomen onder leiding van een groep van het Max-Planck-Institut für Astronomie in Heidelberg, Duitsland, hebben een spectaculaire momentopname gemaakt van de planeetvorming rond de jonge dwergsterPDS 70. Door gebruik te maken van het SPHERE-instrument van ESO’s Very Large Telescope (VLT) – een van de krachtigste instrumenten voor de jacht op planeten die er zijn – heeft het internationale team voor het eerst een duidelijke detectie gedaan van een jonge planeet, PDS 70b geheten, die zich een weg baant door het planeetvormende materiaal rond de jonge ster [1].
Het SPHERE-instrument stelde het team eveneens in staat de helderheid van de planeet op verschillende golflengten te meten. Hieruit konden de astronomen eigenschappen van diens atmosfeer afleiden.
Op de nieuwe beelden steekt de planeet heel duidelijk af als een helder vlekje naast het zwart gemaakte centrum van de schijf, waar zich de ster bevindt. Hij bevindt zich op ongeveer drie miljard kilometer van de centrale ster, wat ruwweg overeenkomt met de afstand tussen Uranus en de zon. Uit analyse blijkt dat PDS 70b een reusachtige gasplaneet is die enkele malen zoveel massa heeft als Jupiter. Het oppervlak van de planeet heeft een temperatuur van ongeveer 1000 °C, en is daarmee veel heter dan alle planeten van ons eigen zonnestelsel.
Het donkere gebied in het midden van de foto is veroorzaakt door een coronagraaf, een masker dat het verblindende licht van de centrale ster tegenhoudt en astronomen de mogelijkheid biedt om de veel zwakkere schijf en de planetaire metgezel te detecteren. Zonder dit masker zou het zwakke licht van de planeet volkomen overstraald worden door het intense licht van PDS 70.
‘Deze schijven rond jonge sterren zijn de kraamkamers van planeten, maar tot nu toe is bij slechts een handjevol waarnemingen sporen van babyplaneten aangetroffen’, legt Miriam Keppler uit, die leiding gaf aan het team achter de ontdekking van de nog onvolgroeide planeet PDS 70. ‘Het probleem is dat de meeste planeetkandidaten die tot nu toe waren vastgelegd gewoon structuren in de schijf zelf konden zijn.’
De ontdekking van de jonge metgezel van PDS 70 is een opwindend wetenschappelijk resultaat dat al tot vervolgonderzoek heeft geleid. Een tweede team, waarbij veel van dezelfde astronomen betrokken zijn als bij de ontdekking van de planeet, onder wie ook Keppler, heeft de afgelopen maanden de eerste vervolgwaarnemingen gedaan om PDS 70b gedetailleerder te onderzoeken. De astronomen hebben daarbij niet alleen het hier getoonde spectaculair duidelijke beeld van de planeet verkregen, maar zijn er zelfs in geslaagd om diens spectrum vast te leggen. De analyse van dit spectrum geeft aan dat zijn atmosfeer wolkenrijk is.
De planetaire metgezel van PDS 70 heeft een reusachtig ‘gat’ in het centrum van de schijf ‘uitgehouwen’. Zo’n schijf met een centraal gat wordt een overgangsschijf genoemd. Het bestaan van dergelijke schijven was al tientallen jaren bekend en het vermoeden bestond dat ze ontstaan door de interactie tussen planeet en schijf. Nu kunnen we die planeet voor het eerst echt zien.
‘Kepplers resultaten geven ons een nieuw venster op de complexe en slecht begrepen beginstadia van de planeetvorming’, zegt André Müller, leider van het tweede team dat de jonge planeet heeft onderzocht. ‘We moesten een planeet in de schijf van een jonge ster waarnemen om de processen achter de planeetvorming werkelijk te begrijpen.’ Door de fysische eigenschappen van de planeet en diens atmosfeer te bepalen, kunnen astronomen theoretische modellen van het planeetvormingsproces toetsen.
Deze glimp van de in stof gehulde geboorte van een planeet was alleen mogelijk dankzij de indrukwekkende technologische mogelijkheden van ESO’s SPHERE-instrument, dat exoplaneten en schijven rond nabijgelegen sterren bestudeert met behulp van een techniek die contrastrijke beeldvorming wordt genoemd – een grote uitdaging. Zelfs wanneer het licht van een ster met een coronagraaf wordt afgeschermd, moet SPHERE nog steeds slim bedachte waarnemingsstrategieën en gegevensverwerkingstechnieken gebruiken om het signaal van de zwakke planetaire metgezellen rond heldere jonge sterren [2] op verschillende golflengten en tijdstippen uit te filteren
Thomas Henning, directeur van het M Max-Planck-Institut für Astronomie en leider van de teams, vat het wetenschappelijke avontuur samen: ‘Na meer dan een decennium aan de bouw van deze geavanceerde machine te hebben gewerkt, kunnen we met SPHERE nu de vruchten van onze enorme inspanningen gaan plukken en babyplaneten ontdekken!’
Noten
[1] De afbeeldingen van de schijf en de planeet en het spectrum van de planeet zijn vastgelegd in het kader van de onderzoeksprogramma's SHINE (SpHere INfrared survey for Exoplanets) en DISK (sphere survey for circumstellar DISK). SHINE heeft als doel om nabij-infrarode opnamen te maken van 600 jonge nabije sterren om, met dank aan het sterke contrast en de hoge beeldresolutie van SPHERE, nieuwe exoplaneten en planetenstelsels te ontdekken en te karakteriseren. DISK verkent bekende, jonge planetenstelsels en hun circumstellaire schijven om de beginfasen van planeetvorming en de evolutie van planetaire structuren te onderzoeken.
[2] Om het zwakke signaal van de planeet naast de heldere ster naar boven te halen, maken astronomen gebruik van een verfijnde methode die profijt heeft van de draaiing van de aarde. In deze waarnemingsmodus maakt SPHERE, over een periode van enkele uren, voortdurend opnamen van de ster, waarbij het instrument zo stabiel mogelijk wordt gehouden. Als gevolg hiervan lijkt de planeet langzaam te draaien, waardoor zijn positie op de opname ten opzichte van de stellaire halo verandert. Met behulp van van ingewikkelde numerieke algoritmen worden de afzonderlijke beelden dan zo gecombineerd dat alle delen van de opname die zich tijdens de waarneming niet lijken te verplaatsen, zoals het signaal van de ster zelf, worden weggefilterd. Wat overblijft zijn alleen de delen die blijkbaar wel bewegen, waardoor de planeet zichtbaar wordt.
Meer informatie
De resultaten van de beide onderzoeken zijn te vinden in de artikelen ‘Discovery of a planetary-mass companion within the gap of the transition disk around PDS 70’ en ‘Orbital and atmospheric characterization of the planet within the gap of the PDS 70 transition disk’, die in Astronomy & Astrophysics zullen verschijnen.
Het team achter het ontdekkingsartikel bestaat uit M. Keppler (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), M. Benisty (Univ. Grenoble, Frankrijk en Unidad Mixta Internacional Franco-Chilena de Astronomía, Chili), A. Müller (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), Th. Henning (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), R. van Boekel (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), F. Cantalloube (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), C. Ginski (Sterrewacht Leiden), R.G. van Holstein (Sterrewacht Leiden), A.-L. Maire (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), A. Pohl (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), M. Samland (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), H. Avenhaus (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), J.-L. Baudino (Department of Physics, University of Oxford, Oxford, VK), A. Boccaletti (LESIA, Observatoire de Paris, Frankrijk), J. de Boer (Sterrewacht Leiden), M. Bonnefoy (Univ. Grenoble, Frankrijk), S. Desidera (INAF - Osservatorio Astronomico di Padova, Italië), M. Langlois (Aix Marseille Univ, CNRS, LAM, Marseille, Frankrijk en CRAL, UMR 5574, CNRS, Université de Lyon, Ecole Normale Supérieure de Lyon, Frankrijk), C. Lazzoni (INAF - Osservatorio Astronomico di Padova, Italië), N. Pawellek (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), T. Stolker (Instituut voor deeltjesfysica en astrofysica, ETH Zürich, Zwitserland), A. Vigan (Aix Marseille Univ, CNRS, LAM, Marseille, Frankrijk), T. Birnstiel (Universiteitssterrenwacht, Faculteit Natuurkunde, Ludwig-Maximilians-Universität München, Duitsland), W. Brandner(Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), G. Chauvin (Univ. Grenoble, Frankrijk en Unidad Mixta Internacional Franco-Chilena de Astronomía, Chili), M. Feldt (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), M. Flock (Jet Propulsion Laboratory, California Institute of Technology, VS en Kavli Institute for Theoretical Physics, University of California, VS), J. Girard (Univ. Grenoble, Frankrijk en ESO, Chili), R. Gratton (INAF - Osservatorio Astronomico di Padova, Italië), J. Hagelberg (Univ. Grenoble, Frankrijk), A. Isella (Rice University, Department of Physics and Astronomy, VS), M. Janson (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland en Vakgroep Astronomie, Universiteit van Stockholm, Zweden), A. Juhasz (Institute of Astronomy, Cambridge, VK), J. Kemmer (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), Q. Kral (LESIA, Observatoire de Paris, PSL Research University, CNRS, Sorbonne Universités, UPMC, Univ. Paris 06, Univ. Paris Diderot, Sorbonne Paris Cité, Frankrijk en Institute of Astronomy, Cambridge, VK), A.-M. Lagrange (Univ. Grenoble, Frankrijk), R. Launhardt (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), G. Marleau (Institut für Astronomie und Astrophysik, Eberhard Karls Universität Tübingen, Duitsland en Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), A. Matter (Université Côte d’Azur, OCA, CNRS, Frankrijk), F. Ménard (Univ. Grenoble, Frankrijk), J. Milli (ESO, Chili), P. Mollière (Sterrewacht Leiden), C. Mordasini (Physikalisches Institut, Universität Bern, Zwitserland), J. Olofsson (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland, Instituto de Física y Astronomía, Facultad de Ciencias, Universidad de Valparaíso, Chili, en Núcleo Milenio Formación Planetaria - NPF, Universidad de Valparaíso, Chili), L. Pérez (Max-Planck-Institut für Astronomie, Bonn, Duitsland Duitsland en Universidad de Chile, Vakgroep Astronomie, Chili), P. Pinilla (Department of Astronomy/Steward Observatory, University of Arizona, VS), C. Pinte (Univ. Grenoble, Frankrijk, UMI-FCA, CNRS/INSU, Frankrijk (UMI 3386), en Dept. de Astronomía, Universidad de Chile, Chili, en Monash Centre for Astrophysics (MoCA) en School of Physics and Astronomy, Monash University, Australië), S. Quanz (Instituut voor deeltjesfysica en astrofysica, ETH Zürich, Zwitserland), T. Schmidt (LESIA, Observatoire de Paris, PSL Research University, CNRS, Sorbonne Universités, UPMC, Univ. Paris 06, Univ. Paris Diderot, Frankrijk), S. Udry (Sterrenwacht Genève, Universiteit van Genève, Zwitserland), Z. Wahhaj (ESO, Chili), J. Williams (Institute for Astronomy, University of Hawaii at Manoa, Honolulu, VS), A. Zurlo (Aix Marseille Univ, CNRS, LAM, Laboratoire d’Astrophysique de Marseille, Frankrijk; Núcleo de Astronomía, Facultad de Ingeniería y Ciencias, Universidad Diego Portales, Chili; Escuela de Ingeniería Industrial, Facultad de Ingeniería y Ciencias, Universidad Diego Portales, Chili), E. Buenzli (Instituut voor deeltjesfysica en astrofysica, ETH Zürich, Zwitserland), M. Cudel (Univ. Grenoble, Frankrijk), R. Galicher (LESIA, Observatoire de Paris, PSL Research University, CNRS, Sorbonne Universités, UPMC, Univ. Paris 06, Univ. Paris Diderot, Frankrijk), M. Kasper (ESO, Duitsland), J. Lannier (Univ. Grenoble, Frankrijk), D. Mesa (INAF - Osservatorio Astronomico di Padova, Italië en INCT, Universidad De Atacama, Copiapó, Chili), D. Mouillet (Univ. Grenoble, Frankrijk), S. Peretti (Sterrenwacht Genève, Universiteit van Genève, Zwitserland), C. Perrot (LESIA, Observatoire de Paris, PSL Research University, CNRS, Sorbonne Universités, UPMC, Univ. Paris 06, Univ. Paris Diderot, Sorbonne Paris Cité, Frankrijk), G. Salter (Aix Marseille Univ, CNRS, LAM, Laboratoire d’Astrophysique de Marseille, Frankrijk), E. Sissa (INAF - Osservatorio Astronomico di Padova, Italië), F. Wildi (Sterrenwacht Genève, Universiteit van Genève, Zwitserland), L. Abe (Université Côte d’Azur, OCA, CNRS, Lagrange, Frankrijk), J. Antichi (INAF - Osservatorio Astrofisico di Arcetri, Italië), J.-C. Augereau (Univ. Grenoble, Frankrijk), P. Baudoz (LESIA, Observatoire de Paris, PSL Research University, CNRS, Sorbonne Universités, UPMC, Univ. Paris 06, Univ. Paris Diderot, Sorbonne Paris Cité, Frankrijk), J.-L. Beuzit (Univ. Grenoble, Frankrijk), P. Blanchard (Aix Marseille Univ, CNRS, LAM, Laboratoire d’Astrophysique de Marseille, Frankrijk), S.S. Brems (Landessternwarte Königstuhl, Zentrum für Astronomie der Universität Heidelberg, Duitsland), M. Carle (Aix Marseille Univ, CNRS, LAM, Laboratoire d’Astrophysique de Marseille, Frankrijk), A. Cheetham (Sterrenwacht Genève, Universiteit van Genève, Zwitserland), A. Costille (Aix Marseille Univ, CNRS, LAM, Laboratoire d’Astrophysique de Marseille, Frankrijk), A. Delboulbé (Univ. Grenoble, Frankrijk), C. Dominik (Sterrenkundig Instituut Anton Pannekoek, Amsterdam), P. Feautrier (Univ. Grenoble, Frankrijk), L. Gluck (Univ. Grenoble, Frankrijk), D. Gisler (Instituut voor deeltjesfysica en astrofysica, ETH Zürich, Zwitserland), Y. Magnard (Univ. Grenoble, Frankrijk), D. Maurel (Univ. Grenoble, Frankrijk), M. Meyer (Instituut voor deeltjesfysica en astrofysica, ETH Zürich, Zwitserland), T. Moulin (Univ. Grenoble, Frankrijk), T. Buey (LESIA, Observatoire de Paris, PSL Research University, CNRS, Sorbonne Universités, UPMC, Univ. Paris 06, Univ. Paris Diderot, Frankrijk), A. Baruffolo (INAF - Osservatorio Astronomico di Padova, Italië), A. Bazzon (Instituut voor deeltjesfysica en astrofysica, ETH Zürich, Zwitserland), V. De Caprio (INAF - Osservatorio Astronomico di Capodimonte, Italië), M. Carbillet (Université Côte d’Azur, OCA, CNRS, Lagrange, Frankrijk), E. Cascone (INAF - Osservatorio Astronomico di Capodimonte, Italië), R. Claudi (INAF - Osservatorio Astronomico di Padova, Italië), K. Dohlen (Aix Marseille Univ, CNRS, LAM, Laboratoire d’Astrophysique de Marseille, Frankrijk), D. Fantinel (INAF - Osservatorio Astronomico di Padova, Italië), T. Fusco (ONERA (Office National d’Etudes et de Recherches Aérospatiales), Frankrijk), E. Giro (INAF - Osservatorio Astronomico di Padova, Italië), C. Gry (Aix Marseille Univ, CNRS, LAM, Laboratoire d’Astrophysique de Marseille, Frankrijk), N. Hubin (ESO, Duitsland), E. Hugot (Aix Marseille Univ, CNRS, LAM, Laboratoire d’Astrophysique de Marseille, Frankrijk), M. Jaquet (Aix Marseille Univ, CNRS, LAM, Laboratoire d’Astrophysique de Marseille, Frankrijk), D. Le Mignant (Aix Marseille Univ, CNRS, LAM, Laboratoire d’Astrophysique de Marseille, Frankrijk), M. Llored (Aix Marseille Univ, CNRS, LAM, Laboratoire d’Astrophysique de Marseille, Frankrijk), O. Möller-Nilsson (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), F. Madec (Aix Marseille Univ, CNRS, LAM, Laboratoire d’Astrophysique de Marseille, Frankrijk), P. Martinez (Université Côte d’Azur, OCA, CNRS, Lagrange, Frankrijk), L. Mugnier (ONERA (Office National d’Etudes et de Recherches Aérospatiales), Frankrijk), A. Origné (Aix Marseille Univ, CNRS, LAM, Laboratoire d’Astrophysique de Marseille, Frankrijk), P. Puget (Univ. Grenoble, Frankrijk), D. Perret (LESIA, Observatoire de Paris, PSL Research University, CNRS, Sorbonne Universités, UPMC, Univ. Paris 06, Univ. Paris Diderot, Frankrijk), J. Pragt (NOVA Optical Infrared Instrumentation Group, Dwingeloo), F. Rigal (Sterrenkundig Instituut Anton Pannekoek, Amsterdam), R. Roelfsema (NOVA Optical Infrared Instrumentation Group, Dwingeloo), A. Pavlov (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), C. Petit (ONERA (Office National d’Etudes et de Recherches Aérospatiales), Frankrijk), G. Rousset (LESIA, Observatoire de Paris, PSL Research University, CNRS, Sorbonne Universités, UPMC, Univ. Paris 06, Univ. Paris Diderot, Frankrijk), J. Ramos (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), P. Rabou (Univ. Grenoble, Frankrijk), S. Rochat (Univ. Grenoble, Frankrijk), A. Roux (Univ. Grenoble, Frankrijk), B. Salasnich (INAF - Osservatorio Astronomico di Padova, Italië), C. Soenke (ESO, Duitsland), E. Stadler (Univ. Grenoble, Frankrijk), J.-F. Sauvage (ONERA (Office National d’Etudes et de Recherches Aérospatiales), Frankrijk), M. Suarez ( INAF - Osservatorio Astrofisico di Arcetri, Italië), A. Sevin (LESIA, Observatoire de Paris, PSL Research University, CNRS, Sorbonne Universités, UPMC, Univ. Paris 06, Univ. Paris Diderot, Frankrijk), M. Turatto (INAF - Osservatorio Astronomico di Padova, Italië), L. Weber (Sterrenwacht Genève, Universiteit van Genève, Zwitserland).
Het team achter het karakterisatie-artikel bestond uit A. Müller (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), M. Keppler (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), Th. Henning (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), M. Samland (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), G. Chauvin (Univ. Grenoble Alpes, Frankrijk en Unidad Mixta Internacional Franco-Chilena de Astronomía, CNRS/INSU Universidad de Chile, Chili), H. Beust (Univ. Grenoble Alpes, Frankrijk), A.-L. Maire (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), K. Molaverdikhani (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), R. van Boekel (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), M. Benisty (Univ. Grenoble Alpes, Frankrijk en Unidad Mixta Internacional Franco-Chilena de Astronomía, CNRS/INSU Universidad de Chile, Chili), A. Boccaletti (LESIA, Observatoire de Paris, PSL Research University, CNRS, Sorbonne Universités, UPMC, Univ. Paris 06, Univ. Paris Diderot, Frankrijk), M. Bonnefoy (Univ. Grenoble Alpes, Frankrijk), F. Cantalloube (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), B. Charnay (LESIA, Observatoire de Paris, PSL Research University, CNRS, Sorbonne Universités, UPMC, Univ. Paris 06, Univ. Paris Diderot, Frankrijk), J.-L. Baudino (Department of Physics, University of Oxford, VK), M. Gennaro (Space Telescope Science Institute, VS), Z.C. Long (Space Telescope Science Institute, VS), A. Cheetham (Sterrenwacht Genève, Universiteit van Genève, Zwitserland), S. Desidera (INAF - Osservatorio Astronomico di Padova, Italië), M. Feldt (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), T. Fusco (DOTA, ONERA, Université Paris Saclay, en Aix Marseille Université, CNRS, LAM Marseille, Frankrijk), J. Girard (Univ. Grenoble Alpes, Frankrijk en Space Telescope Science Institute, VS), R. Gratton (INAF - Osservatorio Astronomico di Padova, Italië), J. Hagelberg (Instituut voor deeltjesfysica en astrofysica, ETH Zürich, Zwitserland), M. Janson (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland en Vakgroep Astronomie, Universiteit van Stockholm, Zweden), A.-M. Lagrange (Univ. Grenoble Alpes, Frankrijk), M. Langlois (Aix Marseille Univ, CNRS, LAM, Marseille, Frankrijk en CRAL, UMR 5574, CNRS, Université de Lyon, Ecole Normale Supérieure de Lyon, Frankrijk), C. Lazzoni (INAF - Osservatorio Astronomico di Padova, Italië), R. Ligi (INAF-Osservatorio Astronomico di Brera, Italië), F. Ménard (Univ. Grenoble Alpes, Frankrijk), D. Mesa (INAF - Osservatorio Astronomico di Padova, Italië en INCT, Universidad De Atacama, Copiapó, Atacama, Chili), M. Meyer (Instituut voor deeltjesfysica en astrofysica, ETH Zürich, Zwitserland en Department of Astronomy, University of Michigan, VS), P. Mollière (Sterrewacht Leiden), C. Mordasini (Physikalisches Institut, Universität Bern, Zwitserland), T. Moulin (Univ. Grenoble Alpes, Frankrijk), A. Pavlov (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), N. Pawellek (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland en Konkoly Observatory, Research Centre for Astronomy and Earth Sciences, Hungarian Academy of Sciences, Hongarije), S. Quanz (Instituut voor deeltjesfysica en astrofysica, ETH Zürich, Zwitserland), J. Ramos (Max-Planck-Institut für Astronomie, Heidelberg, Duitsland), D. Rouan (LESIA, Observatoire de Paris, PSL Research University, CNRS, Sorbonne Universités, UPMC, Univ. Paris 06, Univ. Paris Diderot, Frankrijk), E. Sissa (INAF - Osservatorio Astronomico di Padova, Italië), E. Stadler (Univ. Grenoble Alpes, Frankrijk), A. Vigan (Aix Marseille Univ, CNRS, LAM, Laboratoire d’Astrophysique de Marseille, Frankrijk), Z. Wahhaj (ESO, Chili), L. Weber (Sterrenwacht Genève, Universiteit van Genève, Zwitserland), A. Zurlo (Núcleo de Astronomía, Facultad de Ingeniería y Ciencias, Universidad Diego Portales, Chili, Escuela de Ingeniería Industrial, Facultad de Ingeniería y Ciencias, Universidad Diego Portales, Chili).
ESO is de belangrijkste intergouvernementele astronomische organisatie in Europa en verreweg de meest productieve sterrenwacht ter wereld. Zij wordt ondersteund door vijftien lidstaten: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Italië, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Spanje, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Zwitserland, en door gastland Chili, met Australië als strategische partner. ESO voert een ambitieus programma uit, gericht op het ontwerpen, bouwen en beheren van grote sterrenwachten die astronomen in staat stellen om belangrijke wetenschappelijke ontdekkingen te doen. Ook speelt ESO een leidende rol bij het bevorderen en organiseren van samenwerking op astronomisch gebied. ESO beheert drie waarnemingslocaties van wereldklasse in Chili: La Silla, Paranal en Chajnantor. Op Paranal staan ESO’s Very Large Telescope (VLT) en haar toonaangevende Very Large Telescope Interferometer, evenals twee surveytelescopen – VISTA, die in het infrarood werkt, en de op zichtbare golflengten opererende VLT Survey Telescope. ESO speelt tevens een belangrijke partnerrol bij twee faciliteiten op Chajnantor, APEX en ALMA, het grootste astronomische project van dit moment. En op Cerro Armazones, nabij Paranal, bouwt ESO de 39-meter Extremely Large Telescope, de ELT, die ‘het grootste oog op de hemel’ ter wereld zal worden.
Links
- Onderzoeksartikelen:
Contact
Miriam Keppler
Max Planck Institute for Astronomy
Heidelberg, Germany
Tel: +49 6221 528 203
E-mail: keppler@mpia.de
André Müller
Max Planck Institute for Astronomy
Heidelberg, Germany
Tel: +49 6221 528 227
E-mail: amueller@mpia.de
Thomas Henning
Max Planck Institute for Astronomy
Heidelberg, Germany
Tel: +49 6221 528 200
E-mail: henning@mpia.de
Mariya Lyubenova
ESO Outreach Astronomer
Garching bei München, Germany
Tel: +49 89 3200 6188
E-mail: mlyubeno@eso.org
Rodrigo Alvarez (press contact België)
ESO Science Outreach Network
en Planetarium, Royal Observatory of Belgium
Tel: +32-2-474 70 50
E-mail: eson-belgië@eso.org
Over dit bericht
Persberichten nr.: | eso1821nl-be |
Naam: | PDS 70 |
Type: | Milky Way : Star : Circumstellar Material : Disk : Protoplanetary |
Facility: | Very Large Telescope |
Instruments: | SPHERE |
Science data: | 2018A&A...617L...2M 2018A&A...617A..44K |
Our use of Cookies
We use cookies that are essential for accessing our websites and using our services. We also use cookies to analyse, measure and improve our websites’ performance, to enable content sharing via social media and to display media content hosted on third-party platforms.
ESO Cookies Policy
The European Organisation for Astronomical Research in the Southern Hemisphere (ESO) is the pre-eminent intergovernmental science and technology organisation in astronomy. It carries out an ambitious programme focused on the design, construction and operation of powerful ground-based observing facilities for astronomy.
This Cookies Policy is intended to provide clarity by outlining the cookies used on the ESO public websites, their functions, the options you have for controlling them, and the ways you can contact us for additional details.
What are cookies?
Cookies are small pieces of data stored on your device by websites you visit. They serve various purposes, such as remembering login credentials and preferences and enhance your browsing experience.
Categories of cookies we use
Essential cookies (always active): These cookies are strictly necessary for the proper functioning of our website. Without these cookies, the website cannot operate correctly, and certain services, such as logging in or accessing secure areas, may not be available; because they are essential for the website’s operation, they cannot be disabled.
Functional Cookies: These cookies enhance your browsing experience by enabling additional features and personalization, such as remembering your preferences and settings. While not strictly necessary for the website to function, they improve usability and convenience; these cookies are only placed if you provide your consent.
Analytics cookies: These cookies collect information about how visitors interact with our website, such as which pages are visited most often and how users navigate the site. This data helps us improve website performance, optimize content, and enhance the user experience; these cookies are only placed if you provide your consent. We use the following analytics cookies.
Matomo Cookies:
This website uses Matomo (formerly Piwik), an open source software which enables the statistical analysis of website visits. Matomo uses cookies (text files) which are saved on your computer and which allow us to analyze how you use our website. The website user information generated by the cookies will only be saved on the servers of our IT Department. We use this information to analyze www.eso.org visits and to prepare reports on website activities. These data will not be disclosed to third parties.
On behalf of ESO, Matomo will use this information for the purpose of evaluating your use of the website, compiling reports on website activity and providing other services relating to website activity and internet usage.
Matomo cookies settings:
Additional Third-party cookies on ESO websites: some of our pages display content from external providers, e.g. YouTube.
Such third-party services are outside of ESO control and may, at any time, change their terms of service, use of cookies, etc.
YouTube: Some videos on the ESO website are embedded from ESO’s official YouTube channel. We have enabled YouTube’s privacy-enhanced mode, meaning that no cookies are set unless the user actively clicks on the video to play it. Additionally, in this mode, YouTube does not store any personally identifiable cookie data for embedded video playbacks. For more details, please refer to YouTube’s embedding videos information page.
Cookies can also be classified based on the following elements.
Regarding the domain, there are:
- First-party cookies, set by the website you are currently visiting. They are stored by the same domain that you are browsing and are used to enhance your experience on that site;
- Third-party cookies, set by a domain other than the one you are currently visiting.
As for their duration, cookies can be:
- Browser-session cookies, which are deleted when the user closes the browser;
- Stored cookies, which stay on the user's device for a predetermined period of time.
How to manage cookies
Cookie settings: You can modify your cookie choices for the ESO webpages at any time by clicking on the link Cookie settings at the bottom of any page.
In your browser: If you wish to delete cookies or instruct your browser to delete or block cookies by default, please visit the help pages of your browser:
Please be aware that if you delete or decline cookies, certain functionalities of our website may be not be available and your browsing experience may be affected.
You can set most browsers to prevent any cookies being placed on your device, but you may then have to manually adjust some preferences every time you visit a site/page. And some services and functionalities may not work properly at all (e.g. profile logging-in, shop check out).
Updates to the ESO Cookies Policy
The ESO Cookies Policy may be subject to future updates, which will be made available on this page.
Additional information
For any queries related to cookies, please contact: pdprATesoDOTorg.
As ESO public webpages are managed by our Department of Communication, your questions will be dealt with the support of the said Department.